Moringa Oleifera

De Moringaboom behoort tot de belangrijkste planten van de klassieke Ayurveda.
Elk deel van de Moringaboom, bladeren, peulen, fruit, sap, zaden, bloemen, wortels en schors, heeft medicinale kwaliteiten.

   
Moringa-bladeren
bevatten 7x meer vitamine C dan sinaasappels, 4x meer calcium dan melk, 4x meer vitamine A dan wortels en 2x meer kalium dan bananen.
Ze worden als groente gegeten hetzij gekookt of als salade.
Bloemen
zijn rijk aan kalium en calcium, ze worden gebruikt als thee, gekookt en gemengd met andere voedingsmiddelen of in een beslag gedoopt en gebakken.
De onrijpe peulen worden rauw gegeten of bereid als groene erwten.
Rijpe peulen
worden gebakken en hebben een pinda-achtige smaak.
Moringa zaden, kunnen water zuiveren en staan er om bekend gifstoffen te verwijderen uit het lichaam.
Moringa-olie uit de zaden is rijk aan fytonutriënten zit vol omega 3, 6, 9 vetzuren en bevat veel vitamine A,C en E. Deze voedzame olie is dan ook een ideale voeding voor de huid en dringt diep door in de huid waar het de voedingsstoffen brengt die de huidcellen nodig hebben.
Moringa-olie bevat antiseptische en ontstekingsremmende eigenschappen en wordt ingezet bij de behandeling van o.a.: insectensteken, zonnebrand, kleine huid beschadigingen zoals snijwonden en schrammen, uitslag en zelfs kneuzingen. Moringa-olie is antiseptisch en ontstekingsremmend en helpt bij het genezen van kleine huidproblemen zoals snij-, brand- en schaafwonden, bloeduitstortingen, insectenbeten en huiduitslag, heeft een hydraterende en verkoelende werking na het zonnebaden. Het ondersteunt de huid bij eczeem en psoriasis.
Er zijn recepten gevonden voor het behandelen van rimpels met Moringa-olie en wierook die stammen uit 1400 v. Chr. Egyptenaren gebruikten de olie in de huidverzorging en voor het maken van zalven.

De geurige witte of crèmekleurige bloemen vormen na de bloei lange peulen waardoor de boom ook wel als Drumstick Tree bekend staat.

 

 Omdat alle delen van de boom eetbaar zijn en vooral een hoge voedingswaarde hebben is de Moringa een belangrijk bij de bestrijding van honger in derde wereld landen.
Thans wordt de boom in India, Afrika, Zuid-Amerika, Maleisië en de Filippijn geteeld.

Meer weten of kijken? De Moringa in Koffietijd: http://www.koffietijd.nl/de-superkracht-van-de-wonderboom/

Bij goede gewasverzorging en regelmatig plukken van de jonge bladeren, kan Moringa in de tropen zo’n zes oogsten per jaar leveren van elk 2 kg per vierkante meter, aldus Ghanees onderzoek[1]. Oudere bladeren worden slecht verteerbaar door lignine. In de subtropen en mediterrane gebieden neemt de groei in de koele wintermaanden uiteraard behoorlijk af. De plant overleeft lichte vorst, maar geen matige of strenge vorst. Moringa in Nederland kweken is dus lastig zonder koude kas, maar op een vorstvrij plekje zou het moeten lukken. Verwacht gezien de lage temperaturen geen spectaculaire opbrengsten, al zal vier tot zes kilo per vierkante meter per jaar bij goede verzorging zeker mogelijk zijn

VERZORGING VAN DE JONGE PLANTEN

Veeleisend is Moringa niet: de boom groeit zelfs op arme zandgronden, hoewel licht zure bodems de voorkeur hebben. Uiteraard zorgt extra bemesting voor een veel betere oogst.

Algemeen:
Het is goed om te weten dat de Moringa  een bladverliezende plant is, alle sappen trekken zich dan terug in de wortelknol, om volgend voorjaar weer te ontspruiten in een weelderige bladeren kroon.
De Moringa doet het goed in zanderige cactusaarde, wat bestaat uit een speciaal mengsel van humus, turf en kwartszand, dat de watertoevoer en de ventilering van de wortels verbetert. Het is dus de ideale aarde voor de Moringa oleifera, die geen ophopend vocht verdraagt en graag ‘droge voeten’ houdt.
De grond mag ook af en toe uitgedroogd zijn, vervolgens dan de oppervlakte eerst besprenkelen, dan iets erbij om de grond te bevochtigen.

Snoeien:
Jaarlijks op de gewenste hoogte snoeien, bevordert de groei van de plant.
Snoei maximaal 10 cm , wanneer deze een hoogte van 60 cm bereikt heeft.
Er ontwikkelen zich zo zijtakken die ook eventueel later tot 10 cm teruggesnoeid mogen worden, zodra ze een lengte van 20 cm bereikt hebben.
Herhaal het snoeien nog twee maal bij de ontstane zijtakken − en laat de boom dan ‘vrij’ groeien.

MOGELIJKE PROBLEMEN EN OORZAKEN

Gele bladeren: geef de plant minder water en laat hem ook rustig eens uitdrogen, totdat de bladeren gaan hangen. Maak daarna alleen de bovenste laag aarde vochtig. Daarna kunt u weer wat meer water geven – maar alleen als de aarde snel weer op kan drogen.

Boom valt om of hangt één kant op: te veel water, te weinig licht, onjuiste bodem.

Ongedierte: de Moringa oleifera ontdoet zich zelfstandig van de meeste ongedierte. Behalve van en spintmijt. Spint houdt van hoge temperaturen en een lage luchtvochtigheid, af en toe besproeien van het blad is een eerste stap.
Maak eenvoudigweg gebruik van hun vijanden, (onder andere lieveheersbeestjes, galmuggen of roofmijten*) – of gebruik organische zwavel.

Boom lijkt dood te zijn: afwachten! Meestal komen uit de bodem binnen 2 tot 8 weken nieuwe scheuten voort. De Moringa oleifera beheerst de kunst van het overleven als geen ander!

 

Bronnen:
* M. Broin, The nutritional value of Moringa oleifera Lam. leaves: what can we learn from figures? (poster, 2008)
Newton Amaglo et al., Effect of Spacing and Harvest Frequency on the *Growth and Leaf Yield of Moringa (Moringa oleifera Lam), a Leafy Vegetable Crop, Moringa and other highly nutritious plant resources: *Strategies, standards and markets for a better impact on nutrition in Africa. Accra, Ghana, November 16-18, 2006
*Multidimensional Moringa, Biodiesel Magazine (2008)
Anwar et al., Moringa oleifera: a food plant with multiple medicinal uses, Phytotherapy Res., 2007

*
Naast het zevenstippelig lieveheersbeestje (Coccinella septempunctata) zijn het tweestippelig lieveheersbeestje (Adalia bipunctata), het elfstippelig lieveheersbeestje (Coccinella undecimpunctata), het veertienstippelig lieveheersbeestje (Propylea quatuordecimpunctata), het zestienpunt lieveheersbeestje (Tytthaspis sedecimpunctata), het viervlek lieveheersbeestje (Exochomus quadripustulatus), het tweeëntwintigstippelig lieveheersbeestje (Psyllobora vigintiduopunctata) en  het oogvlek lieveheersbeestje (Anatis ocellata) de meest voorkomende soorten.
Tegenwoordig worden deze soorten fel verdrongen door een Aziatische variant (Harmonia axyridis) die veel agressiever is dan onze inheemse soorten. Zij eten niet alleen bladluizen maar ook larven van andere kevers waaronder die van onze lieveheersbeestjes. Ze zijn ingevoerd in de Benelux als ecologisch bestrijdingsmiddel tegen bladluizen en inmiddels goed ingeburgerd in België en Nederland. Zij vormen een gevaar voor tal van onze soorten waaronder ook verschillende vlinders. Ze komen in vele variaties voor zijn vooral herkenbaar aan de zwarte M-vormige tekening op het halsschild . Het Veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje is erg variabel in kleur en stippenpatroon, maar onderscheidt zich ook vooral van de Europese lieveheersbeestjes doordat ze groter zijn (0,5 tot 0,8 millimeter) en een deukje in hun dekschild hebben.

Het toepassen van roofmijten kan op verschillende manieren. Er kunnen losse roofmijten in dragermateriaal zoals vermiculiet op planten worden uitgestrooid. Ook zijn er kweekzakjes met roofmijten en voedselmijten te koop, waaruit gedurende ongeveer 6 weken nieuwe aanwas van roofmijten uit kan lopen het gewas in. Deze zakjes kunnen in het gewas worden gehangen en zijn ook als een soort lint te koop.
Het uitzetten van roofmijten kan ook worden gedaan met behulp van een verblazer. Dit apparaat , een soort föhn met een ventilator blaast de roofmijten in het gewas, wat zorgt voor een gelijke verdeling. De roofmijten raken niet beschadigd. Afhankelijk van de apparatuur kan er 2 tot 6 meter breed worden verblazen.
Een andere natuurlijke vijand is de galmug Feltiella. De galmug werkt tegen vele soorten spintmijten. Het voordeel van de galmug is dat deze kan vliegen en grotere afstanden weet af te leggen, daardoor is de verdeling van uit te zetten galmuggen minder arbeidsintensief. Galmug zet haar eieren alleen af op plaatsen waar veel spint aanwezig is. Ook gaasvlieglarven kunnen veel spint opruimen. Deze kunnen als los strooiselmateriaal of in kweekzakjes in de planten worden uitgezet